De schipdeur of bateau porte

 

Tijdens een studiereis naar Frankrijk ziet Jan Blanken een schipdeur (bateau-porte) als afsluiting van een droogdok. Met een dergelijk schipdeur kan men, afhankelijk van de plaats in de sponningen, het dok verkleinen of vergroten.  Een ander voordeel is de mogelijkheid om de deur naar het timmerdok te verslepen voor onderhoud. Onderhoud aan punt – of sluisdeuren is veel moeilijker, want men gebruikt geen kranen. De oorspronkelijke dokdeur is van hout en heeft twee kielen. De stevens van die kielen worden in de sponningen van de ingang gevaren om het dok af te sluiten. De schipdeur, de naam zegt het, is eigenlijk een schip dat men kan laten drijven of kan laten zinken. De drijvende deur manoeuvreert men naast de dokingang, waardoor schepen in of uit varen. Daarna brengt men de drijvende deur in positie boven de sponningen. Daarna laat men water in de schipdeur  om de ingang af te sluiten. In 1884 maakt de werf van de Ned. Stoomboot Mij. te Rotterdam de nieuwe schipdeur. Deze vervangt de oorspronkelijke houten. De huidige schipdeur bestaat uit aan elkaar geklonken welijzeren platen. De stevens en de kiel zijn nu bekleed met  een rubberen afdichting.  In 1999 is de schipdeur gerestaureerd op de scheepswerf ‘Maaskant’( Stellendam). Op het dek komt billinga-hout, waardoor het dek stroever is. Naast deze verbetering komt er in de schipdeur een elektrische pompinstallatie.  De schipdeur kan men vol laten lopen door vier Kingston-afsluiters open te draaien.De lengte van de ‘deur’ is 18 m, de grootste breedte is evenals de hoogte 8.20 m. Het gewicht is ca.130 ton.  De methode van het legen, verslepen en het vullen van de schipdeur verloopt grotendeels nog op de oorspronkelijke wijze en vraagt naast kennis van zaken ook een goede samenwerking van de vrijwilligers die het dokken van schepen mogelijk maken.