Het kieldok
Schepen die naar het dok varen komen aan in de eerste dokkamer. Dit is het kieldok, dat gebouwd is in de jaren 1802 tot 1806. Het kieldok ligt direct aan de marinehaven en is bestemd voor kleine reparaties en kortdurend onderhoud (o.a. het ‘knippen en scheren ‘, de scheepshuid ontdoen van aangroei). Het kieldok steunt op én is verankerd op 3000 heipalen, waarop een zware vloer van planken, zand, klei en steen is aangebracht. In 2003 wordt er op de oude werkvloer een betonnen laag aangebracht. De lengte van de dokvloer is ± 56, de breedte ± 21 en de diepte is ±7 meter. In de wanden zijn ‘trappen’ aangebracht. Die ‘trappen’ worden banquetten genoemd. In die banquetten zijn ijzeren ogen en haalkommen voor het vastzetten en centreren van schepen. In de oost- en werstzijde van het kieldok is een rioolkamer met afsluiter(s) om het dok te vullen. Voor het leegpompen zijn er drie openingen: één is er direct achter de schipdeur, de twee andere zijn voor en achter de puntdeuren in het midden van het gehele dok. Via een afvoer of rioolgang wordt het water naar een verzamelkelder gepompt. Vanuit die kelder loost men op de Industriehaven(voormalige marinehaven). |
|